Skip to main content

Peter, 38 jaar, wetenschapper

“Ik begrijp niet dat ik het niet zag. De symptomen staarden me constant in het gezicht, maar voor elke kwaal had ik wel een uitleg. De eerste maand was pure platte rust. Erg confronterend. Een boswandeling moest ik na twintig minuten opgeven. ”

Wetenschapper Peter was 38 toen hij een superpromotie maakte bij een farmaceutische multinational. ‘Milaan’, de hoofdzetel, deed wat logisch was: de beste presteerder de grootste verantwoordelijkheid geven. Na ongeveer een jaar ging hij onderuit.

“Ik leidde een team van zes mensen in België en werd meteen manager van 45 mensen in zes landen. Natuurlijk zeg je niet nee tegen zo’n aanbod. Het zit in mijn aard verantwoordelijkheid op te nemen, plichtsbewust en loyaal te zijn”, vertelt Peter. Maar dat werd nog veel harder werken en hogere verwachtingen.

“Ik dook nog veel dieper in mijn reserves maar had niet door dat ik mezelf aan het vernielen was. Nog altijd begrijp ik niet dat ik het niet zag. De symptomen staarden me constant in het gezicht.”

Zo stond Peter elke dag vermoeider op dan hij was gaan slapen. Ging dat slapen op zich steeds slechter. Protesteerden zijn darmen heftig. Kreeg hij steeds meer angstaanvallen. 

“In de file kreeg ik stressaanvallen omdat alles wat mijn werktijd afnam mij de adem deed stokken. Tijd was wat ik altijd te kort had om alle ballen in de lucht te houden. Vertraging in het verkeer kon ik op den duur niet meer aan.” 

Maar ook op vakantie kreeg Peter angstaanvallen.

“Het werk loslaten lukte niet. Mijn lichaam protesteerde maar ik fragmenteerde alles. Voor elke kwaal had ik wel een uitleg. Maar ik zag het geheel niet. ”Toen volgde een tweedaagse sessie met het werk over.... burn-out. Peter: “We vulden vragenlijsten in. Bij mij was alles duidelijk. ‘Slaap je slecht?’ Ja, natuurlijk. ‘Sta je oververmoeid op?’ Uiteraard. ‘Ben je onaangenamer thuis dan vroeger?’ Jazeker. Toen ik zag dat mijn collega’s niet zo snel overal positief op antwoorden, besefte ik dat er iets aan de hand was. Ik was kapot. Ik heb me voor de rest van de tweedaagse geëxcuseerd.” Daarop volgde een jaar van herstel. 

De eerste maand was pure platte rust. Erg confronterend. Een boswandeling moest ik na twintig minuten opgeven. Heel traag en met de hulp van een neuropsychiater, een voedingsspecialist en een pyschologe heb ik mezelf hersteld. Het bedrijf reageerde goed. ‘Neem je tijd’, zeiden ze. 

Ik kon na zeven maanden opnieuw deeltijds en na een jaar opnieuw voltijds aan de slag. Veel is anders nu. 

Echt rusten heb ik moeten leren. Ik weet nu ook dat ik me te empathisch, te plichtsbewust enverantwoordelijk opstel op hetwerk.

Ik geef opnieuw leiding maar raap niet elke steek op die anderen laten vallen.” Twee mythes over burn-out helpt Peter graag de wereld uit. “Het is geen depressie. Maar het idee dat iemand dolgelukkig is en toch plotseling crasht, geloof ik evenmin. Wie zoveel roofbouw op zichzelf pleegt, kan niet echt gelukkig zijn.” Peter gelooft ook niet dat je na een burn-out beter iets compleet anders doet om je ‘levensgeluk’ terug te vinden. “Mijn coach zei me dat ik mezelf niet met die vraag moest pijningen voor ik echt uitgerust was. En daarna bleek dat ik wel nog zin had in mijn werk. Ik moest alleen leren om dat werk me niet te laten opzuigen."