Skip to main content

Mythe 1. Een burn-out krijg je door hard te werken

Een burn-out is werkgerelateerd, maar ook persoonlijkheid en de privé-situatie spelen een rol. Het is dus niet de stress en druk waardoor een burn-out ontstaat, maar de manier waarop ermee omgegaan wordt.

Het grootste risico op het werk is niet het teveel aan werk maar wel de combinatie hoge werkeisen - weinig autonomie en controle - weinig ondersteuning van leidinggevenden of collega’s. 

Verhoogde werkdruk is geen groot probleem zolang er voldoende ondersteuning te vinden is bij leidinggevenden of collega’s, je duidelijk weet wat van jou verwacht wordt, het gevoel hebt gehoord te worden en voldoende autonomie hebt in de uitvoering van jouw job. Verhoogde werkdruk zonder ondersteuning, duidelijke verwachtingen, autonomie, beslissingsbevoegdheid, een nieuwe leidinggevende of collega waarmee het niet klikt,... zijn dan wel risicofactoren om een burn-out te ontwikkelen.

Wanneer het minder goed gaat op het werk, maar privé heb je een comfortabele situatie en krijg je veel steun, dan kan dit jou voldoende opladen zodat je niet burn-out raakt. Maar stress op het werk terwijl je er thuis alleen voor staat met kleine kinderen, met je partner aan het verbouwen bent of voor een ouder zorgt, vermindert aanzienlijk de draagkracht. 

Daarnaast speelt de eigen persoonlijkheid ook een rol, maw hoe je alles doet: 

  • in hoeverre worden eigen grenzen herkend en gerespecteerd? Vb neem je werk over van een zieke collega terwijl je zelf een overvolle agenda hebt of geef je aan je leidinggevende aan dat dit niet mogelijk is?
  • Kan je het werk in je vrije tijd loslaten?
  • Wil je alles perfect doen waardoor je dingen uitstelt of moeilijk afwerkt?
  • Hoe belangrijk vind je de goedkeuring?
  • Komen jouw eigen waarden overeen met die van het bedrijf?
  • Voel je je zelfzeker in jouw functie?
  • ..

 

Het komt er altijd op neer dat de huidige situatie meer energie vraagt dan je hebt. Of dat nu energie om te werken of energie om voor de kinderen te zorgen of te sporten is. 

 

Oefening:

Maak eens voor jezelf een lijstje met twee kolommen:

Aan de linkerkant noteer je alles dat jou energie geeft en aan de rechterkant alles dat jouw energie wegneemt. Dit kan zowel werk- als privégerelateerd zijn en mensen, situaties, hobby's,... betreffen.

Kijk nu eens naar het lijstje van energiegevers en nemers. Kan je energienemers schrappen of energiegevers toevoegen zodat er meer balans komt?